Close

Nooit alleen

Ergens wist ik dat je er was,
maar je was te goed verborgen.
Af en toe liet je jezelf zien en horen,
maar al snel werd je weer opgeborgen.
Je bent een deel van mij.
Zonder jou kan ik niet bestaan.
Weet dat je er mag zijn:
wij kunnen dit samen aan.
Ik voel je verdriet en je angst.
Bestemming onbekend.
Ik zou je willen knuffelen,
om te laten voelen dat je veilig bent.
Ik zou dit in gedachten moeten doen,
want alleen daar zal ik je raken.
De buitenwereld kan jou niet zien.
Dit is iets wat we samen doormaken.
Dat verborgen meisje: klein en bang.
Want wie biedt haar zekerheid?
Ik moet haar begeleiden,
want het hoort in de verleden tijd.
Ik heb je ook verwaarloosd:
Soms kwam je tevoorschijn
Maar toen had ik geen ruimte voor je.
Kon er daarom niet voor je zijn.
Nu zet ik alle deuren open
en gaan we er samen doorheen.
Ons pad bewandelen we samen:
want samen is beter dan alleen.

Dat kleine meisje, dat ben ik.